Autisme of ADHD-kenmerken bij je kind: wat kan de school doen?

Om een diagnose ADHD of autisme te stellen, neemt de arts of psycholoog contact op met de school van je kind. De (zorg)leerkrachten en CLB-medewerkers worden in dat proces ook bevraagd. Soms heeft de school zelf het vermoeden van ADHD of autisme al en vallen ze niet uit de lucht. 

De school kan verschillende dingen doen om jouw kind te helpen. Als ouder mag je altijd het gesprek aangaan. 

Op deze pagina

Psycho-educatie voor leerkrachten en zorgleerkrachten

Een eerste stap voor de leerkrachten is psycho-educatie. Weten leerkrachten wat de impact van ADHD of autisme is op de hersenfunctie en op de verschillende leefdomeinen? Dan zullen ze meer gemotiveerd zijn om de schoolomgeving en -aanpak zo goed mogelijk af te stemmen op de noden en beperkingen van de leerling met ADHD. Kennis van de neuropsychologische disfuncties bij kinderen kan helpen om hun (soms storende) gedrag en de moeilijkheden in het dagelijks leven te begrijpen. 

ADHD: aandacht houden

Wat moet een leerkracht weten?

Over ADHD

  • Zintuiglijke prikkels hebben een kleiner activatie-effect op de hersenen van kinderen met ADHD. Deze neurofysiologische onderactivatie maakt hen minder aanspreekbaar. Je moet direct en duidelijk zijn om tot hen door te dringen. 
  • Kinderen met ADHD vinden snel iets saai. Een onaangename situatie die ze compenseren door te prullen, prutsen en te bewegen. Daardoor zijn ze gemakkelijker afgeleid door externe prikkels.
  • Ze hebben het moeilijker om instinctmatige of emotionele impulsen af te remmen. Ze reageren snel en ongefilterd en komen soms ongeremd en onbeleefd over.
  • Kinderen met ADHD hebben minder executieve zelfcontrole en een minder efficiënt werkgeheugen. Ze gaan weinig planmatig en doelgericht te werk en kunnen moeilijk iets memoriseren. Studeren is dus moeilijk voor hen!
  • Bij schoolopdrachten lezen ze de opdracht vaak te snel en te onaandachtig. Daardoor gaan ze soms op de verkeerde manier aan de slag.
  • Bekrachtiging moet direct zijn. Dit verklaart waarom ze erg moeilijk lang op voorhand kunnen werken, terwijl ze vaak op het laatste nippertje wel grote inspanningen kunnen doen.
  • Hun verstoorde tijdsperceptie geeft hen het idee dat saaiere opdrachten onoverkomelijk lang zullen duren. Die zullen ze dus uitstellen.
  • Tijdens denkactiviteiten blijft bij kinderen met ADHD het neurologisch circuit dat instaat voor ‘dagdromen’ actief. Soms kunnen ze op korte tijd veel werk verrichten, maar op andere momenten proberen ze urenlang, zonder resultaat.

Over autisme (ASS)

  • Kinderen met autisme zijn ook gevoelig voor externe prikkels door overprikkeling, niet door onderprikkeling zoals bij ADHD. Het brein moet teveel tegelijk verwerken. Dit kan leiden tot concentratiemoeilijkheden in een drukke klas.
  • Moeite met executieve functies: organiseren, plannen en werkgeheugen verloopt stroef.
  • Zwakkere centrale coherentie: het brein verwerkt informatie meer detailgericht. Het gevolg is dat het kind moeite heeft met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Of opdrachten verkeerd begrijpt. Een kind met autisme zal vaak focussen op details in plaats van op het geheel en kan zo de essentie van een opdracht helemaal missen.
  • Een brein met autisme kan vastlopen op een gebrek aan structuur in een les of taak. Het brein moet dan veel meer energie investeren wat leidt tot mentale uitputting.
  • Doordat het bij autisme moeilijker is om de bedoelingen van anderen te herkennen, kan dit leiden tot misverstanden met de leerkracht of klasgenoten. Ook regels die eerder impliciet zijn, kunnen aan dit kind voorbij gaan. Dat lijkt ongepast gedrag, maar is eigenlijk een interpretatieprobleem.
  • De aandacht kan sterk gericht worden op één ding (monotropisme) waardoor het kind 'blijft hangen' in een taak of onderwerp en moeilijker kan schakelen naar een andere taak.

Sommige neuropsychologische functies lopen dus moeilijker bij een kind met ADHD of autisme, maar ze zijn (gelukkig) niet noodzakelijk bij elk kind allemaal aanwezig. Op basis van de sterke en zwakke punten van je kind en de resultaten van het diagnoseonderzoek, krijg je een beeld van de specifieke noden van je kind. Daarmee kan de school aan de slag. 

Aanpassingen op school

Elke school heeft een zorgleerkracht die zowel je kind als de leerkrachten helpt met de nodige aanpassingen. Het CLB denkt ook vaak mee over wat er voor jouw kind nodig is in de klas: extra zorg en ondersteuning, een aangepast leerprogramma, of een overstap naar buitengewoon onderwijs.

Individueel handelingsplan met schoolaanpassingen

De school krijgt van het team dat de diagnose stelt een verslag over de sterktes en noden van jouw kind. Hiermee kan de school aan de slag voor een behandelplan met aanpassingen op maat van jouw kind. Elke Vlaamse school moet redelijke aanpassingen voorzien, die hindernissen wegnemen voor je kind. Wat kan dat zoal zijn? 

Dagelijkse routines installeren

  • Vaste plaatsen voor het materiaal (opbergdozen, kaften, kleuraanduidingen ...)
  • Pictogrammen gebruiken voor stappenplannen en verwachtingen
  • Duidelijke, visuele dagstructuur
  • Checklijstjes voorzien.

De talenten van het kind waarderen

  • Vertrekken vanuit de realiteit van wat dit kind kan of nog net niet kan. Niet vanuit de gemiddelde verwachting.
  • Belonen van gerealiseerde tussenstappen.
  • Onmiddellijk en frequent belonen.
  • De unieke zienswijze van het kind erkennen.
  • Luisteren naar de argumenten van het kind. Mogelijk hoor je een originele, creatieve invalshoek!

Bij aandacht- en geheugenproblemen

  • Bouw rustmomenten in. Geef tijd om eens uit te blazen, even actief te zijn of te ontprikkelen.
  • Afleiding vermijden (bijvoorbeeld een hoofdtelefoon gebruiken of een aparte, rustige werkplek voorzien).
  • Vragen mondeling herhalen. Zeg letterlijk wat je verwacht.
  • Geef een stap-voor-stap uitleg.
  • Teksten, opdrachten en toetsen overzichtelijk maken (titels, subtitels, kernwoorden, niet te veel informatie op 1 blad ...).
  • Een goede positie in de klas zoeken (vooraan, alleen of naast een rustige leerling ...).
  • Kortere oefeningen voor meer afwisseling en succes. 
  • Memotechnische middeltjes aanbieden (werken met melodieën of ritmes, acroniemen, ezelsbruggetjes ...).
  • Linken leggen tussen theoretische leerstof en een praktische toepassing of aansluiten bij interesses.

Bij motorische onrust

  • Tijd geven om eens uit te blazen of actief te zijn.
  • De kans geven om even luidruchtig te zijn.
  • Mild zijn voor het handschrift, en de inhoud beoordelen.
  • Een taak of toets in deelstukken laten afgeven. Dan moet het kind even van zijn stoel en dat beweegmomentje helpt.

Bij moeilijkheden met emotieregulatie (bijvoorbeeld woede-uitbarstingen)

  • Manieren zoeken waarop het kind kan aangeven dat het zich boos of gefrustreerd voelt. (bijvoorbeeld pictogrammen, gevoelsthermometer, emoticons …).
  • Leg sociale regels expliciet uit. Benoem wat gepast gedrag is.
  • Humor toevoegen, om de sfeer positief om te buigen. Eenvoudige, zwart-wit regels consequent handhaven.
  • Nieuwe situaties op voorhand overlopen.
  • Werken met een dagboekje om gevoelens uit te wisselen, of een praatstoel waarmee leerlingen kunnen aangeven dat het moeilijk/goed gaat en erover willen spreken via een klasgesprek.
  • Spaarzaam zijn met negatieve opmerkingen: kies je strijd.
  • Snelle feedback geven. Focus op de inspanning meer dan het resultaat.
  • Minstens 2 keer meer positieve feedback geven dan negatieve. Opgelet met complimenten: als ze niet oprecht, concreet en gemeend zijn hebben ze een tegenovergesteld effect.
  • Voorbeeldgedrag stellen in het omgaan met emoties: rustig en beheerst blijven.
  • Bij negatief gedrag: helder maar niet verwijtend communiceren over de gevolgen ervan op anderen.

Bij moeilijkheden met plannen en organiseren

  • Een duidelijk overzicht geven van mee te nemen materiaal voor school.
    • Zorgen voor een 2e set boeken in de klas als een kind met ADHD een boek is vergeten.
    • Leerstof duidelijk structureren.
    • Gebruik maken van visuele hulpmiddelen (mindmappen, schematische samenvattingen ...).
    • Vaste plaatsen voor het schoolgerief (in de boekentas, in de schoolbank, thuis ...).
    • Positieve feedback wanneer het kind iets niet vergeten is of goed gepland heeft.
    • Regelmaat en duidelijkheid.
    • Opdrachten opsplitsen in deelstappen.
    • Duidelijke, korte instructies geven.

Bij moeilijkheden met timemanagement

  • Een duidelijke, visuele dagstructuur opmaken
    • Regelmaat en duidelijkheid
    • Voor alle deeltaken een bepaalde tijd voorzien
    • De tijd zichtbaar maken. Een wekker/timer kan ook handig zijn, maar werkt niet voor iedereen.
    • Tussentijdse deadlines en feedback bij projectwerk of langere opdrachten.

ADHD - Anderen storen

Leerkrachtentraining ADHD

Scholen kunnen leerkrachten in groep laten trainen in de specifieke vaardigheden die nodig zijn bij leerlingen met ADHD. Het CLB of de zorgleerkrachten bieden dan individuele ondersteuning aan je kind.

Doel van leerkrachtentraining:

  • De negatieve impact van de ADHD-symptomen op schoolprestaties, schoolervaring en/of gedrag van het kind verminderen.
  • Vaardigheden gericht aanleren.
  • De functiebeperkingen van het kind waar mogelijk helpen compenseren.
  • De relatie tussen leerkracht en kind verbeteren.

Dit zijn de STICORDI-maatregelen: STImuleren + COmpenseren + Remediëren + DIspenseren

De ADHD-toolkit

De ADHD-toolkit is een instrument voor leerkrachten in de lagere school om kinderen met ADHD doelgericht en tegelijk speels te begeleiden naar meer gewenst gedrag. Het hulpmiddel gebruikt principes uit de revalidatie en het gedragstherapeutisch werken. 

Ontdek de ADHD-toolkit