Als iemand in je (naaste) omgeving dementie krijgt, verandert ook jouw leven. Geleidelijk aan heeft die persoon meer hulp nodig, doen jullie andere of minder dingen samen, zal jullie communicatie veranderen ... Focus vooral op wat wél nog allemaal kan. Want jullie kunnen nog heel wat fijne momenten samen beleven.
5 tips die helpen bij de communicatie bij dementie
1. Makkelijker communiceren
Communiceren met een persoon met dementie loopt geleidelijk aan minder vlot, tot soms zelfs slecht.
Zo kan je de communicatie makkelijker maken:
- Gebruik eenvoudige woorden en korte zinnen.
- Praat rustig en op een verstaanbare toon, en articuleer goed.
- Bied een luisterend oor. Ook al hoor je hetzelfde verhaal voor de zoveelste keer.
- Zorg voor lichamelijk contact. Lichaamstaal is minstens even belangrijk als gesproken taal.
- Spreek met respect. Wees niet betuttelend en gebruik geen kinderachtige taal.
2. Gebruik lichaamstaal en prikkel de zintuigen
Hoe verder de ziekte evolueert, hoe moeilijker het contact met de persoon met dementie wordt. Die heeft meer hulp nodig, maar tegelijkertijd reageert die minder op personen die helpen.
Gelukkig kan je ook communiceren zonder woorden. Denk aan aanrakingen, gelaatsuitdrukkingen, muziek of gewoon aanwezig zijn.
Weet wel dat niet elke persoon op dezelfde manier reageert op prikkels die je aanbiedt. Ga vooral zelf op zoek naar wat het beste werkt voor jullie.
3. Doe samen activiteiten
Het is niet vreemd dat iemand met dementie zich vaker somber, boos of angstig voelt. Neem die gevoelens ook serieus. Mensen met dementie kunnen apathisch lijken. Dat is begrijpelijk, want het is frustrerend om telkens dingen te proberen die niet lukken. Zonder aanmoediging of begrip riskeer je dat ze de moed volledig laten zakken.
Spoor iemand met dementie zoveel mogelijk aan om actief te blijven.
Spoor iemand met dementie zoveel mogelijk aan om actief te blijven. Samen iets ondernemen is nog beter. Zo creëer je meer herinneringen en warme momenten van verbinding.
- Zing of maak muziek.
- Knutsel (maak bijvoorbeeld versieringen)
- Ga wandelen.
- Puzzel.
- Maak een fotoboek of herinneringendoos.
- Doe eenvoudige huishoudelijke taken of kleine klusjes in huis.
4. Focus op wat iemand met dementie nog zelf kan
In de beginfase is iemand met dementie vrij zelfstandig – de symptomen zijn nog mild. Een gouden regel: laat een persoon met dementie eigenhandig doen wat die nog zelf kan.

Neem dagelijkse taken, zoals afwassen, boodschappen doen, tuinieren … niet uit handen zolang ze haalbaar blijven.
5. Reageer gepast op gênante situaties
Eens de ziekte (ver)gevorderd is, kan dementie zo’n sterke impact hebben op iemand dat het besef van wat wel of niet aanvaardbaar is volledig verdwijnt. De controle over impulsief gedrag valt weg. En dat kan soms leiden tot ‘vervelende’ situaties. In de neus peuteren, boeren laten of ongepaste geluiden maken, tot zelfs uitkleden in het openbaar.
Probeer gênante voorvallen met een vleugje humor te benaderen. Geef er een grappige opmerking over en wijs de persoon niet terecht. Pas wel op dat je niet vervalt in uitlachen, dus maak de persoon met dementie in geen geval belachelijk. Als je weet wat bepaalde reacties uitlokt, kan je preventief handelen, zodat het gedrag zich niet stelt.