7 tips om vaker en makkelijk plantaardig te eten

Plantaardig(er) eten is makkelijker dan ooit, en vooral verrassend lekker. Je hoeft ook geen topchef te zijn. Met kleine stapjes en eenvoudige ingrediënten kom je al heel ver. Zeven overtuigde ‘chefs’ vertellen hoe zij plantaardig koken haalbaar, betaalbaar én heerlijk maken.

Steeds meer mensen kiezen voor ‘halfhalf’ en eten de helft van de week plantaardig. Dat is niet alleen goed voor het milieu, maar ook gezond voor je lichaam. 

Hoe kan je stap voor stap meer groenten en peulvruchten op je bord toveren? We geven je enkele tips vanuit de praktijk.

Tip 1: “Zoek naar wat je lekker vindt”

Marleen (70) teelt zelf groenten in haar volkstuin en zorgt voor een evenwichtige afwisseling van vegetarische, vlees- en vismaaltijden. 

“Vroeger waren plantaardige gerechten vaak saai of kostten ze veel tijd om te maken. Nu is het aanbod groot. Met groenten, noten of falafel (balletjes van kikkererwten) kan je ook lekker koken. Mensen overtuig je met smaak, niet met regels. Wie proeft dat het lekker is, doet vanzelf mee.”

Tip 2: “Ga voor haalbare stappen, elke stapje telt”

Anne (72) eet nog vlees en vis, maar probeert vaak nieuwe plantaardige recepten. Voor haar gaat ‘halfhalf’ over haalbare stappen. “Je hoeft niet alles ineens te schrappen”, zegt ze.

“Begin met een vleesvrije lunch, en eet wat vaker vis of vleesvervangers. Probeer ook nieuwe recepten uit, zoals een kikkererwtensalade of zelfgemaakte hummus op een toastje of cracker. Zo ontdek je vanzelf hoe lekker plantaardig eten kan zijn.”

Tip 3: “Je vindt veel inspiratie online of op sociale media”

Maité (32) is vegetariër sinds haar 14de. “Nu probeer ik steeds vaker plantaardig te eten. Ik kies thuis voor plantaardige alternatieven, zoals plantaardige boter, yoghurt of melk (bijvoorbeeld soja-, haver- of rijstmelk).” Ze haalt inspiratie uit sociale media en zoekt regelmatig online naar recepten. 

“Online vind je veel makkelijke plantaardige recepten. Je hoeft echt geen chef te zijn om te starten.” 

Haar favoriete manier om te experimenteren? Nieuwe smaakmakers proberen. “Een potje misopasta, geroosterde knoflook of een goede chili-olie kan een simpel groentegerecht meteen naar een hoger niveau tillen.”

Grappige illustratie van chili sin carne, een blok tofu en een pompoen verkleed als koning.

© Niet nu Laura

Tip 4: “Laat je leiden door seizoensgroenten”

Nele (30) begon als student te experimenteren in haar keuken. “Ik kende tofu niet, maar nu is het mijn favoriet. Ik marineer het met sojasaus, gember en sesamolie, en ik bak het in de pan. Heerlijk met rijst of geroosterde groenten.”

Nele kookt meestal zonder recepten, maar altijd met seizoensgroenten. “Ik maak graag stoofpotjes boordevol pompoen of een groenteschotel in de oven. Mijn tip? Laat je verrassen. Lekker koken is een ontdekkingstocht.”

Tip 5: “Ik maak zondag een groentebuffet om de hele week van te smullen”

Vanessa (43) eet bijna volledig plantaardig en kookt graag met eenvoudige ingrediënten. “Elke zondag rooster ik groenten zoals wortel, knolselder, spruiten, paprika en ui met kruiden in de oven. Die gebruik ik de rest van de week in gerechten met rijst, in wraps of als snelle basis voor een wok.” 

Ze werkt veel met linzen en heeft tofu leren appreciëren. “Je eet gevarieerd, goedkoop én gezond. De lekkere recepten? Die haal ik van de website van ProVeg (organisatie die je helpt om plantaardiger te eten).”

“Gebruik de oven als bondgenoot en durf nieuwe groenten uit te proberen”

Tip 6: “Gebruik de oven als bondgenoot”

Koen (56) en zijn vrouw houden van koken, vaak met lokale seizoensgroenten. “Ik eet graag Vlaamse klassiekers, zoals stoemp met worst, maar ik maak daar dan een plantaardige versie van: een ovenschotel met wortelen, prei en een lekker krokant bovenlaagje.

Zijn vrouw is meester in pompoenlasagne: “De witte saus maken we met kikkererwten en sojaroom, de rode met tomaten en linzen. En onze chili sin carne? Die zit boordevol bonen en paprika, lekker pikant, met taco’s erbij. Je mist het vlees echt niet. Onze tip: Gebruik de oven als bondgenoot en durf nieuwe groenten uit te proberen.”

Tip 7: “Probeer eens een plantaardig alternatief van Vlaamse klassiekers”

Maarten (47) kookt halfhalf en vervangt vlees vaak door linzen of paddenstoelen. “Spaghetti bolognaise of lasagne maak ik met bruine linzen: die geven structuur, een hartige smaak en dikken de saus mooi in. Voor vol-au-vent gebruik ik knolselder, wortel en oesterzwammen in een bechamelsaus. Eigenlijk proef je het verschil niet met het origineel.” 

Naast plantaardige versies van Vlaamse klassiekers maakt Maarten ook regelmatig Aziatische gerechten. “Mijn kinderen zijn er dol op. Ramen (een Japanse noedelsoep) met groentebouillon, paksoi, Chinese kool en miso is hier een favoriet.”